Een groente die tijdens de zomer afsterft, en waar je tijdens de herfst, winter en voorjaar doorlopend kan van oogsten. Misschien niet om in grote hoeveelheid te telen, maar eerder als smaakmaker zo nu en dan. En makkelijk te telen in pot.
Dat is doorlevende prei, oerprei, parellook, drie namen voor de soort Allium ampeloprasum.
De groeiwijze kan je het beste vergelijken met knoflook. De smaak daarentegen eerder met die van prei. Oerprei behoort dan ook tot dezelfde familie als ajuin, sjalot, knoflook en prei. Je kan bijna het hele jaar het groen oogsten, met uitzondering van de zomer, maar dan oogst je de bollen.
Als je een teelt kan starten met een tiental bolletjes, dan heb je na een jaar zeker vijftig, waarschijnlijk nog meer plantjes. Wil je grote prei en later grote bollen bekomen dan moet je de bollen ieder jaar verplanten.
Foto 1 (November 2006), oerprei planten.
In september worden er kleine bolletjes uitgeplant, die snel inwortelen en uitgroeien tot miniprei. Of je kan later in het najaar nog steeds kleine preiplantjes rooien en opnieuw uitplanten. Je kan dit dan bijvoorbeeld in een pot doen. Oerprei doet het namelijk heel goed in pot. Gebruik dan een mengsel van kwaliteitspotgrond en 30 % tuingrond. Goed verteerde compost kan ook toegevoegd worden. In vollegrond wordt er uitgeplant op 30 cm tussen de rijen en 15 cm in de rij. De plantdiepte van de bolletjes is 5 cm. Ook als je de kleine plantjes gebruikt, plant je ze voldoende diep, net iets dieper dan ze zaten voor ze gerooid werden.
De bemestingsbehoefte van oerprei is matig, minder dan prei, meer dan ajuin, liefst een matige hoeveelheid compost gebruiken bij het uitplanten. Een lichte bijbemesting met een samengestelde, maar kaliumrijke meststof, toedienen in het voorjaar om de hergroei te bevorderen. Maar ook zonder extra bemesting en in minder goede grond blijft deze sterke plant gezond.
Foto 2 (april 2007) Oerprei na de winter.
Gedurende de herfst en zachte periodes tijdens de winter blijven de jonge plantjes doorgroeien. De jonge preitjes groeien vanaf het vroege voorjaar snel uit tot grote planten. Rondom de oerprei verschijnen er dan al kleine plantjes, die later ook bollen zullen vormen. Per plant worden jaarlijks ongeveer acht bollen gevormd. Het ganse voorjaar kan er geoogst worden.
Foto 3 (Juni 2007) Oerprei op het einde van de teeltcyclus – Roest.
De plant is sterk tegen ziekten, van insecten heeft de doorlevende prei absoluut geen last. Enkel op het einde van de teelt kan, zoals op de foto, roest de kop opsteken. Net zoals dat ook gebeurt bij knoflook als de teelt ten einde loopt. De roest luidt de natuurlijke verdorring van de bladeren in.
Foto 4 (Juli 2007) Oerprei in bloei.
Vanaf juli verdorren de bladeren, ook deze van de jonge plantjes die zich in het voorjaar al even lieten zien. De bloemen en bloemstelen zijn zeer decoratief en meer dan één meter lang. Je kan er zaden van over houden, maar weet dat de opkweek van doorlevende prei uit zaad lange tijd in beslag neemt. Wil je de bolvorming bevorderen, dan moet je de bloemstengels verwijderen, maar ook met de bloemstengels hou je nog wel voldoende over, zoals je op de volgende foto ziet. Op het einde van de zomer worden alle planten gerooid. Een deel van de bollen kunt u gebruiken om opnieuw uit te planten, de rest kunt u gebruiken in de keuken.
Foto 5 (September 2007) De zaaddragers en jonge scheutjes.
Foto 6 Snijprei. (November 2007)
Maar je kan er ook voor kiezen om de bollen niet te oogsten. U kunt de planten dan één of meerdere jaren laten staan om dan te oogsten als snijprei. De vele plantjes vormen als het ware een bos van preiblaadjes. Zo kunt u regelmatig vers groen oogsten, ook in het voorjaar, als de prei uit de moestuin zeldzaam geworden is.
Foto 7 Scheuren (November 2007)
U kunt in het najaar ook een deel van de prei rooien, en de kleine plantjes op eindafstand uitplanten, zie foto 1 in het begin van dit artikel. U merkt het de naam doorlevende prei is terecht! De teeltcyclus is rond.
Doorlevende prei is rijk aan mineralen en vitaminen en kan bereid worden in sausen, soepen en stoofpotten.
© 2008 Copyright tekst en foto’s : ing. Luc Dedeene.